Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Daarmee is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vervallen en zijn de regels voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor exploitanten veranderde er daarmee iets wezenlijks. Waar meldingen voorheen vormvrij waren en beperkt zichtbaar, moeten deze nu via het Omgevingsloket (DSO) worden ingediend, voldoen aan vaste informatie-eisen en worden ze gepubliceerd door de ILT richting de omgeving.
De meldplicht is dus niet nieuw, maar de manier waarop en de zichtbaarheid ervan wel.
In 2025 ontving de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 48 van deze meldingen. Dat lijkt een positieve ontwikkeling. De meldplicht wordt beter nageleefd, processen zijn ingericht en de structuur is duidelijker dan voorheen. Maar dat beeld klopt maar deels, en kan zelfs een vals gevoel van controle geven.
Meer meldingen betekent namelijk niet automatisch meer grip op leidingbeheer.
In veel organisaties is de meldplicht inmiddels goed georganiseerd. Procedures kloppen, verantwoordelijkheden zijn belegd en meldingen worden netjes ingediend. Daarmee lijkt het fundament op orde. Toch zit juist daar het risico.
Zodra melden wordt gezien als het eindpunt, verschuift de aandacht naar het proces en niet naar de betekenis van wat er gemeld wordt. De ILT-cijfers laten dat subtiel zien. Van de 48 meldingen bleken er 4 onterecht. Geen groot aantal, maar wel een signaal dat interpretatie en onderliggend begrip nog niet vanzelfsprekend zijn.
De impliciete aanname is vaak: als we melden, hebben we het onder controle. Maar een melding is geen bevestiging van controle. Het is een signaal dat er iets verandert. En juist die verandering is waar het risico zit.
Elke melding vertegenwoordigt een verschuiving in de werkelijkheid van de ondergrond. Een leiding die anders loopt, een tijdelijke situatie tijdens werkzaamheden of een wijziging in gebruik, het zijn momenten waarop bestaande inzichten kunnen verouderen.
Als die impact niet expliciet wordt gemaakt, ontstaat er een schijn van controle: alles is geregistreerd, maar er wordt niet daadwerkelijk gestuurd.
De manier waarop de ILT meldingen gebruikt, laat een ander perspectief zien.
Daar zijn meldingen geen administratieve afsluiting, maar het begin van analyse. Ze vormen input voor inspecties, voor het beoordelen van risicoanalyses en voor afstemming met andere partijen. Ze geven inzicht in bredere ontwikkelingen, zoals veranderingen in het aardgasnetwerk en de opkomst van waterstof. Met andere woorden: meldingen worden gebruikt als stuurinformatie.
Daar ontstaat het verschil tussen registreren en daadwerkelijk grip hebben op leidingbeheer: inzicht, interpretatie en het vermogen om daarop te sturen. In de praktijk betekent dit dat een wijziging niet alleen wordt vastgelegd, maar direct wordt doorvertaald naar risicoanalyses, inspectiestrategie en onderhoudsplanning.
Organisaties die sturen op compliance zorgen dat meldingen correct worden ingediend. Organisaties die sturen op regie gebruiken diezelfde informatie om risico’s te herijken, keuzes te onderbouwen en vooruit te kijken. Dat is de kern van risicogestuurd assetmanagement.
De cijfers van 2025 laten zien dat de sector vooruitgaat. De basis is gelegd: meer structuur, meer transparantie en meer data. Maar de volgende stap is wezenlijk anders.
Grip ontstaat niet door meer informatie, maar door betere interpretatie en consistente regie op basis van die informatie.
De meldplicht is geen eindpunt. Het is een startpunt. De vraag is dus niet of je voldoet aan de regels, maar ‘Gebruik je meldingen om te voldoen of om te sturen?
Want precies daar ontstaat het verschil tussen compliant zijn en daadwerkelijk in control.